Ik breek je poten voor je…

Hij was van Surinaamse afkomst en een beetje mysterieus, zoals Surinaamse mensen in de ogen van West-Europeanen wel vaker zijn. Hij was bij ons jonge ICT-bedrijfje komen werken als verkoper, of, zoals dat tegenwoordig heet, account manager. Hij was een indrukwekkende persoonlijkheid. Als hij binnenkwam, strak in zijn donkerblauwe of zwarte kostuum met een keurig gestreken wit overhemd en een donkere stropdas, domineerde hij gelijk de ruimte. Niet iedereen heeft het in zich om een goede verkoper worden. Verkopen is een vak waar je talent voor moet hebben. Hij was een van de beste verkopers die ik heb gekend. Hij was ter zake kundig, altijd goed voorbereid, oprecht geïnteresseerd in de projecten van zijn klanten en hij was aardig: zijn klanten gunden hem de opdrachten. Hij accepteerde niet zo gemakkelijk gezag van een ander, zijn trots liet dat niet toe. Zijn baas had in het begin regelmatig aanvaringen met hem als hij naar zijn bezoekverslagen of zijn omzetverwachtingen vroeg. Hij maakte ze gewoon niet, je moest hem maar vertrouwen, vond hij. En het moet gezegd worden, het kwam altijd goed met zijn orders. Als er een periode was waarin het bedrijf het wat moeilijker had en ik aan hem vroeg wat hij die maand nog dacht te verkopen, dan vroeg hij: ‘Hoe veel heb je nog nodig, Peter?’ Ik noemde dan een bedrag en dan zei hij: “Maak je niet druk, daar zorg ik voor.” Hoe hij het voor elkaar kreeg weet ik niet en hij vertelde zijn geheim nooit, maar hij flikte het altijd. Hij was getrouwd en had een dochter in de brommerleeftijd die hij als een terriër bewaakte tegen al te opdringerige pubers en in zijn vaderlijke ogen waren ze allemaal al te opdringerig. We plaagden hem er soms mee dat er ooit een keer een jongen zou komen die door zijn veiligheidscordon heen zou breken. ‘Ik breek z’n poten voor hem,’ zei hij dan fel. Toen hij een paar jaar bij ons werkte liep zijn huwelijk stuk. Na een paar moeilijke maanden kreeg hij zijn leven weer een beetje op orde en je zag hem langzaam wat opleven. Zoals dat bij elke middelbare man gaat als hij ineens weer vrijgezel is begon hij uit te gaan en al gauw deden er geruchten over de ene na de andere mooie, jonge vrouw de ronde, die wij in eerste instantie met een korreltje zout namen, vooral omdat hij wel toespelingen maakte, maar de gebeurtenissen verder in geheimzinnigheid verhulde. We gingen de verhalen echter serieus nemen toen er bij de receptie telefoontjes binnen begonnen te komen van verschillende, zo te horen, jonge vrouwen die naar hem vroegen. Als verklaring zei hij steevast dat het een nichtje was dat gebeld had, maar wij geloofden dat niet erg. ‘Veel nichtjes heb jij, zeg,’ zeiden zijn collega’s tegen hem. Op een zomerdag organiseerde het bedrijf een feest op een grote rondvaartboot met meerdere dekken, een Indisch buffet en een steelband. Iedereen ging aan het eind van de middag via een lange loopplank aan boord, waarna de boot ’s avonds tijdens het eten en feesten een rondvaart door de Rotterdamse wateren en havens zou maken. Ik was al vroeg aanwezig om iedereen welkom te heten en zag tussen de collega’s ook de kersverse vrijgezel de loopplank opkomen, vergezeld van een bloedmooie vrouw die duidelijk een paar jaar jonger dan hij was. Al haar rondingen zaten op de juiste plaats en werden door haar kleding benadrukt. De verhalen zijn dus toch waar, dacht ik. Wat later op de avond stond hij ineens naast me bij de bar. “Jezus man, hoe kom jij aan dat lekkere, bloedmooie wijf,’ vroeg ik hem, want ik was graag bereid om even mee te doen aan de hanige vrijgezellenverhalen om zo achter het waarheidsgehalte van de aanhoudende geruchten te komen. Hij keek mij even aan. ‘Dat is mijn dochter, Peter,’ zei hij met een blik die het midden hield tussen iets van trots en ‘ik breek je poten voor je.’

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *